Terug naar hoofdinhoud

Nieuwe wet beschermt werknemers tegen onderbetaling

Iedere werknemer in Nederland heeft recht op ten minste het wettelijk minimumloon. Er zijn echter situaties waarin niet vastgesteld kan worden of dit loon ook daadwerkelijk is betaald. Dit komt met name bij arbeidsmigranten voor. Er komt daarom een wet die regelt dat werknemers in dat geval alsnog het minimumloon krijgen. Ook is het voortaan de werkgever die dan moet bewijzen dat het minimumloon wel is betaald. In plaats van dat de werknemer of de Arbeidsinspectie moet bewijzen dat er sprake is van onderbetaling. Dit schrijft minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.
 
Minister Vijlbrief: "Een werkgever moet altijd zorgen voor een eerlijk loon en veilig werk. Iedereen in Nederland heeft daar recht op, waar je ook vandaan komt. Deze wet gaat werknemers beter beschermen tegen werkgevers die hun personeel onderbetalen."

De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Door gebrekkige administratie bij de werkgever is niet altijd vast te stellen of er sprake is van onderbetaling. In deze gevallen kan de Arbeidsinspectie wel een boete opleggen voor het niet of niet tijdig verstrekken van de gevraagde informatie. Maar omdat onderbetaling niet kan worden vastgesteld, krijgen deze werknemers niet het loon waar ze recht op hebben.

De bewijslast omdraaien

Minister Vijlbrief wil via 2 verschillende manieren ervoor zorgen dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben. Dit moet in de wet geregeld worden via een zogeheten rechtsvermoeden. Via het rechtsvermoeden wordt de bewijslast omgedraaid.

Als de Arbeidsinspectie vermoedt dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever de gevraagde administratie niet toont, mag ze een fictieve onderbetaling van het loon berekenen. Daarna kan ze de werkgever verplichten om dit geld alsnog te betalen. Zo helpt het rechtsvermoeden werknemers om hun loon daadwerkelijk te ontvangen.

Ook in de rechtszaal is het de werkgever die straks moet bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Op dit moment ligt de bewijslast nog bij de werknemer. Werknemers ervaren dat het lastig is om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer weinig documenten heeft ontvangen van de werkgever.

Vervolg

De introductie van het rechtsvermoeden vormt een extra instrument dat kwetsbare werknemers kan helpen om hun verdiende loon daadwerkelijk te ontvangen. Het rechtsvermoeden was ook één van de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. De komende maanden zal de minister het rechtsvermoeden verder uitwerken tot een wetsvoorstel.

Lees meer …Nieuwe wet beschermt werknemers tegen onderbetaling

  • Raadplegingen: 27

SLIM-scholingssubsidie weer open voor aanvragen

Werkgevers kunnen vanaf vandaag weer SLIM-scholingssubsidie aanvragen voor opleidingen van hun medewerkers. Voor individuele aanvragen is in 2026 in totaal € 4 miljoen beschikbaar. Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 31 december 2026. Collectieve aanvragen zijn mogelijk van 1 september tot en met 16 oktober 2026.

Wat is er veranderd?

De regeling voor de SLIM-scholingssubsidie is op meerdere punten aangepast en verduidelijkt. Alle wijzigingen staan in de wijzigingsregeling. Belangrijke wijzigingen zijn:

  • Het begrip scholingspakket is verder toegelicht. Hiermee is duidelijker welke scholing voor subsidie in aanmerking komt.
  • Het begrip werkgever is uitgebreid met maatschapsvissers (bemanningsleden in een vissersmaatschap). Maatschappen in de zeevisserij vervullen een coördinerende rol voor opleiding, training en ontwikkeling van individuele bemanningsleden aan boord van kotters. Deze vorm van maatschap is als werkgever aangemerkt, gelet op de specifieke arbeidsomstandigheden van bemanningen op zeevissersvaartuigen.
  • De voorwaarden voor subsidiabele opleidingen zijn verduidelijkt. Scholing komt niet in aanmerking voor subsidie als deze al is ingekocht of aangevraagd voordat deze voor het eerst subsidiabel werd. Daarbij is de factuurdatum leidend.
  • Keuzedelen hebben voortaan een vast subsidiepercentage van 90%. De scholingspakketten zijn per 22 mei 2026 aangepast. Hier is eerder al over gecommuniceerd via een nieuwsbericht van UVB. 
  • Voor publiek bekostigde OCW-erkende opleidingen hoeft geen marktconformiteit meer te worden aangetoond. Ook hoeven deze opleidingen niet meer te worden opgenomen in offerteprocedures.
  • Voor collectieve aanvragen start de projectperiode voortaan automatisch op de eerste dag van het aanvraagtijdvak waarin de aanvraag is gedaan.
  • Centrumgemeenten kunnen namens een arbeidsmarktregio meedoen aan een collectief met een intentieverklaring, in plaats van alleen via een samenwerkingsovereenkomst. Het ondertekenen van of een intentieverklaring of een samenwerkingsovereenkomst is wel minimaal vereist als bevestiging van deelname aan het collectief. Hiermee bevestigt de centrumgemeente met welke sector(en) samenwerking wordt vormgegeven om de subsidie uit te voeren.
  • Voor publiek gefinancierde werkgevers geldt dat de eigen middelen uit publieke middelen komen en worden gezien als eigen middelen van de werkgever. Een voorbeeld hiervan zijn door OCW-bekostigde onderwijsinstellingen die gefinancierd worden van overheidswege via de lumpsumfinanciering en OCW-subsidieregelingen zoals de subsidieregeling Zij-instroom in Beroep. Dit bleek al impliciet uit de regelingstekst, maar is nu explicieter gemaakt in de toelichting bij de regeling.
  • Beoordeelbare dossiers voor een NLQF-inschalingsaanvraag zijn niet langer subsidiabel vanaf 21 augustus 2026. Tot 31 maart konden opleidingen met een beoordeelbaar dossier worden aangemeld bij Uitvoering van Beleid (UVB). Opleidingen die voor 31 maart zijn gemeld bij UVB en subsidiabel zijn worden opgenomen in het scholingspakket dat vastgesteld wordt op 22 mei 2026. Dat betekent dat opleidingen met een beoordeelbaar dossier pas weer opgenomen kunnen worden in het scholingspakket als er een positief NLQF-inschalingsbesluit is. Voor meer informatie kunt u ook kijken op de website van het NCP NLQF.

Extra ondersteuning op vernieuwde website UVB.

De website van Uitvoering Van Beleid (UVB) is vernieuwd en gebruiksvriendelijker gemaakt. Werkgevers vinden daar nu ook een stappenplan voor het aanvragen van subsidie. Daarnaast zijn de vragen en antwoorden vernieuwd en ingedeeld voor 4 doelgroepen:

  • individuele werkgevers;
  • onderwijswerkgevers;
  • collectieven;
  • opleiders.

Meer informatie

Meer informatie over de regeling staat op de website van Uitvoering Van Beleid en op Overheid.nl.

Lees meer …SLIM-scholingssubsidie weer open voor aanvragen

  • Raadplegingen: 26

Bestelauto met ondernemerstarief en vrachtauto's: vanaf 1 juli tijdelijk minder motorrijtuigenbelasting

De brandstofprijzen zijn gestegen door de oorlog in het Midden-Oosten. Het kabinet heeft besloten vanaf 1 juli 2026 de motorrijtuigenbelasting (mrb) tijdelijk te verlagen. Deze maatregel geldt alleen voor bestelauto's met het ondernemerstarief en voor vrachtauto's.

Bestelauto's met het ondernemerstarief

Betaalt u het ondernemerstarief voor uw bestelauto('s)? Dan betaalt u vanaf 1 juli 2026 tot 1 januari 2027 de helft aan mrb voor uw bestelauto('s). Dit aangepaste tarief staat vanaf 1 juli 2026 in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.

Vrachtauto's vanaf 12.000 kilo tijdelijk geen mrb

Voor vrachtauto's met een toegestane maximale massa van 12.000 kilo of meer betaalt u € 0 (nihiltarief). Deze maatregel geldt van 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.

Voor vrachtauto's met een toegestane maximum massa lager dan 12.000 kilo geldt vanaf 1 juli 2026 sowieso het nihiltarief.

Vanaf wanneer geldt de tijdelijke verlaging?

U betaalt de mrb altijd over een tijdvak van 3 maanden. De tijdelijke verlaging geldt vanaf het 1e tijdvak dat op of na 1 juli 2026 begint.

Voorbeeld: stel, uw tijdvak loopt van 25 juni 2026 tot en met 24 september 2026. Over die periode geldt nog het normale tarief mrb. Vanaf 25 september 2026 betaalt u tijdelijk het lagere tarief of het nihiltarief. Want dan begint voor u het 1e tijdvak na 1 juli 2026. Ook voor het daaropvolgende tijdvak (van 25 december 2026 tot en met 24 maart 2027) betaalt u het lagere tarief of het nihiltarief.

Lees meer …Bestelauto met ondernemerstarief en vrachtauto's: vanaf 1 juli tijdelijk minder...

  • Raadplegingen: 33

Meer openheid over loonkloof tussen mannen en vrouwen

Werknemers krijgen meer inzicht in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen op hun eigen werkvloer. Ook moeten werkgevers straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. En er komt een verbod om in gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dient vandaag een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat dit regelt. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen moeten bedrijven en organisaties met meer dan honderd werknemers regelmatig gaan rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op een website van het ministerie kunnen werknemers deze informatie ook zelf opzoeken. Met deze gegevens kan er een vergelijking worden gemaakt tussen bedrijven of sectoren. Het kabinet wil het op deze manier makkelijker maken verschillen aan te kaarten en hier op de werkvloer een gesprek over te hebben.

Minister Vijlbrief: “Voor hetzelfde werk moeten mensen gewoon hetzelfde betaald krijgen. We zien echter nog steeds dat vrouwen minder verdienen dan mannen. En het lastige is: vaak weten mensen dat niet eens. Dan kan je er ook niet over in gesprek met jouw werkgever. Met dit wetsvoorstel willen we dat mannen én vrouwen inzicht krijgen in de wijze van belonen. Met die informatie kan er een open gesprek over worden gevoerd.”

Verschil in beloning

In 2024 verdienden vrouwen volgens het CBS in het bedrijfsleven gemiddeld 14,5 procent minder per uur dan mannen. Bij de overheid verdienden vrouwen gemiddeld 4,5 procent per uur minder. Een belangrijk deel van dit verschil valt te verklaren uit het feit dat vrouwen minder vaak een leidinggevende positie hebben, vaker werkzaam zijn in sectoren waar de lonen wat lager liggen of door verschillen in opleidingsniveau. Ook als hier rekening mee wordt gehouden blijft er een verschil in beloning voor hetzelfde werk. In het bedrijfsleven verdienen vrouwen gemiddeld per uur 6,1 procent minder voor hetzelfde werk, bij de overheid 1,7 procent. Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen wordt de afgelopen jaren wel langzaam kleiner.

EU-richtlijn

Het wetsvoorstel volgt uit een Europese richtlijn. Deze verplicht lidstaten om maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. Met het wetsvoorstel ‘implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen’ wordt deze Europese richtlijn opgenomen in de Nederlandse wet.

Ondersteuning werkgevers

Het ministerie van SZW werkt samen met onder andere vakbonden en werkgeversorganisaties aan voorlichting en hulpmiddelen voor werkgevers. Hiermee ondersteunt zij werkgevers om aan de nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt in de verdere uitwerking gezocht naar mogelijkheden om de administratieve lasten in de uitvoering zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door voor het opstellen van de rapportage zoveel mogelijk aan te sluiten bij gegevens die al beschikbaar zijn in de salarisadministratie en in de belastingaangifte.

Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel gaat nu naar de Tweede Kamer. Als na de Tweede ook de eerste Kamer instemt kan het per 1 januari 2027 in werking treden. De eerste groep werkgevers - bedrijven en organisaties met ten minste 150 werknemers - moet dan uiterlijk 7 juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in het kalenderjaar 2027. Werkgevers vanaf 100 tot 150 werknemers volgen in 2031 over de verschillen in 2030.

Lees meer …Meer openheid over loonkloof tussen mannen en vrouwen

  • Raadplegingen: 34

Ondernemers gebruiken volop WBSO-steun, budget groeit verder in 2026

Innovatieve technologieën maken Nederland veilig, gezond en economisch sterker. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stimuleert daarom kleine en grote ondernemers via de innovatieregeling WBSO om hierin te investeren. In 2025 werd het record aan projecten van € 8,7 miljard geëvenaard. Dat staat in het jaarverslag dat minister Heleen Herbert (EZK) heeft gepubliceerd.

Elke ondernemer kan met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) loonkosten en andere uitgaven voor het doen van onderzoek en ontwikkeling (R&D) verlagen. Bijna 19.000 bedrijven maakten in 2025 gebruik van de WBSO, 97% van hen komen uit het mkb: beide hoeveelheden zijn gelijk aan 2024. Het bedrag aan innovatieprojecten (€8,7 miljard) is hoger dan in 2024 (€ 8,36 miljard).

Minister Heleen Herbert (EZK): “Innovatie is nodig. Natuurlijk voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen zoals zorg, verduurzaming en digitalisering. Maar ook om onze technologische afhankelijkheden te verminderen en om de sterk toegenomen internationale concurrentie aan te gaan. Ondanks economische uitdagingen blijven ondernemers hierin investeren, maar dit gebeurt nog niet voldoende. Vooral de private investeringen blijven in Nederland en Europa achter. Het kabinet laat daarom in 2026 het budget van de WBSO-regeling opnieuw groeien om bedrijven te stimuleren om zelf meer te innoveren.”

Investeringen in innovaties Nationale Technologiestrategie nemen toe

Het kabinet heeft sinds begin 2024 een Nationale Technologiestrategie. Ondernemers zijn het afgelopen jaar met gebruik van de WBSO-regeling weer meer in daaraan gerelateerde innovaties gaan investeren. Het gaat om bijvoorbeeld quantumtechnologie, cybersecurity, kunstmatige intelligentie (AI), slimme machines & systemen (mechatronica) en schone energiebronnen- en opslag. Koplopers zijn AI (+29%) en cybersecurity (+13%).

Het werk waar de bedrijven de WBSO-regeling voor hebben ingezet omvat ruim 90.000 toegekende arbeidsjaren. De meeste bedrijven zijn gevestigd in de regio’s Groot-Amsterdam, het zuidoostelijke deel van Noord-Brabant en Utrecht.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de WBSO-regeling uit namens het ministerie van EZK. Praktijkvoorbeelden en informatie zijn te vinden in het WBSO-jaarverslag. Het kabinet heeft op Prinsjesdag besloten om het budget van de WBSO voor dit jaar (2026) verder te laten stijgen naar € 1,8 miljard (was € 1,6 miljard).

Lees meer …Ondernemers gebruiken volop WBSO-steun, budget groeit verder in 2026

  • Raadplegingen: 25