Terug naar hoofdinhoud

Verhoging tarieven motorrijtuigenbelasting in 2026

Vanaf 1 januari gaan de tarieven motorrijtuigenbelasting (mrb) van een aantal motorrijtuigen omhoog.

Dit staat los van de jaarlijkse veranderingen van de mrb. Als er, naast de jaarlijkse aanpassingen, iets verandert aan uw tarief mrb, dan krijgt u eind oktober 2025 een brief van de Belastingdienst.

Voor welke motorrijtuigen veranderen de tarieven?

Het gaat om deze motorrijtuigen:

  • Motorrijtuigen met een CO2-uitstoot van 0 g/km

    Hoeveel mrb u gaat betalen, hang af van het soort motorrijtuig:
    • Volledig elektrische personenauto of personenauto op waterstof: 70% of 75% van het volledige tarief mrb voor een personenauto op benzine. De Eerste en Tweede Kamer beslissen welk percentage het wordt. Naar verwachting is dat in december 2025 bekend.
    • Ander volledig elektrische motorrijtuig of ander motorrijtuig op waterstof: volledig tarief mrb. Het gaat hier om vrachtauto’s, motoren, bestelauto's en autobussen.

      Op belastingdienst.nl/mrb-hybride-elektrisch vindt u meer informatie.

  • Personenauto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 g/km

    Bijvoorbeeld een (plug in) hybride personenauto met een CO2-uitstoot van 42 g/km. Het driekwarttarief mrb vervalt. Vanaf 2026 betaalt u het volledige tarief.

    Op belastingdienst.nl/mrb-hybride-elektrisch vindt u meer informatie.

  • Hybride bestelauto's

    De gewichtscorrectie vervalt. We trekken geen 125 kilo meer af van het totale gewicht van hybride bestelauto’s.

    Op belastingdienst.nl/mrb-hybride-elektrisch vindt u meer informatie.

  • Kampeerauto's

    Het kwarttarief mrb verandert in halftarief mrb. U betaalt dus in 2026 50% mrb in plaats van 25% mrb.

    Op belastingdienst.nl/mrb-kampeerauto vindt u meer informatie.

  • Paardenvervoer

    Het kwarttarief vervalt. U betaalt in 2026 het volledige bedrag mrb. En uw beschikking voor het kwarttarief trekken we in.

    Op belastingdienst.nl/mrb-paardenvervoer vindt u meer informatie.

Vanaf wanneer betaalt u het nieuwe tarief?

U betaalt de mrb altijd over een tijdvak van 3 maanden. Dat noemen we een volledig tijdvak. Vanaf het 1e volledige tijdvak in 2026 betaalt u het nieuwe tarief.

Voorbeeld
Uw tijdvak loopt van 5 december 2025 tot en met 4 maart 2026. Over die periode betaalt u nog het oude tarief. Vanaf 5 maart 2026 betaalt u het nieuwe bedrag. Want dan begint voor u het 1e volledige tijdvak in 2026.

Wanneer weet u hoeveel u gaat betalen?

De Belastingdienst hoort altijd in december wat de nieuwe mrb-tarieven worden. Dat betekent dat zij nu nog niet weten hoeveel mrb u gaat betalen. Voordat het nieuwe tarief ingaat, krijgt u een brief van hen waarin staat hoeveel mrb u gaat betalen. Op belastingdienst.nl/mrb-berekenen kunt u vanaf 1 januari 2026 zelf uw mrb berekenen.

Is uw motorrijtuig geschorst?

Zolang uw motorrijtuig geschorst is, hoeft u geen mrb te betalen. Als uw motorrijtuig in 2026 uit de schorsing gaat, betaalt u meteen vanaf die dag het nieuwe tarief mrb. Dus niet pas vanaf het 1e volledige tijdvak. U krijgt een brief van de Belastingdinest waarin staat hoeveel mrb u gaat betalen.

Lees meer …Verhoging tarieven motorrijtuigenbelasting in 2026

  • Raadplegingen: 34

Nederland krijgt een nationale standaard om vaardigheden te beschrijven

Gisteren is CompetentNL gelanceerd: de nationale standaard voor het beschrijven van vaardigheden. Diploma’s en cv’s vertellen niet altijd wat iemand écht kan. Een gezamenlijke skillstaal maakt vaardigheden zichtbaar - helder, eerlijk en uniform. Voor het onderwijs, werkgevers én de arbeidsmarkt. Staatssecretaris Jurgen Nobel nam namens Nederland symbolisch de sleutel (API key) in ontvangst. Daarmee is de basisversie van de gemeenschappelijke skillstaal nu publiek beschikbaar.

Een arbeidsmarkt waarin talent telt

Technologische en maatschappelijke veranderingen zetten de arbeidsmarkt onder druk. Ze vragen om meer wendbaarheid en betere benutting van talent. Kijken naar vaardigheden wordt steeds belangrijker voor loopbaanontwikkeling, scholing en arbeidsmarktmatching.

“Een gezamenlijke taal om skills te benoemen is een cruciale stap richting een arbeidsmarkt waarin talent telt, niet alleen het papiertje,” aldus Yvonne Vogelenzang, coördinerend programmamanager van CompetentNL. “Werkgevers, onderwijsinstellingen en dienstverleners kunnen hierdoor beter samenwerken en sneller inspelen op veranderingen in de arbeidsmarkt.”

Over CompetentNL

CompetentNL maakt het mogelijk om op een uniforme en precieze manier te beschrijven wat mensen écht kennen en kunnen. De skillstaal beschrijft en verbindt de skills van alle beroepen en, in eerste instantie, alle mbo-kwalificaties in Nederland.

De basisversie van CompetentNL is te bekijken en te raadplegen via de Viewer op www.CompetentNL.nl. Toolbouwers hebben tevens toegang tot de skillsdata via een API (Application Programming Interface) of een SPARQL-endpoint - een querytaal waarmee de data eenvoudig ontsloten en geïntegreerd kan worden in eigen toepassingen.

Skillsdata gebruiken

Hoe CompetentNL in de praktijk wordt gebruikt is aan de ontwikkelaars van toepassingen voor eindgebruikers. Voorbeelden van toepassingen zijn skillsmatchingtools, digitale leerportfolio’s, curriculumontwikkeling en arbeidsmarktanalyses. Eindgebruikers zijn onder andere werkgevers, gemeenten, onderwijsaanbieders, studenten, werkenden en werkzoekenden.

Doorontwikkeling

In 2026 wordt de basisversie van CompetentNL doorontwikkeld. Yvonne Vogelenzang: “We maken een kwaliteitsslag in de data en onderzoeken hoe ook andere onderwijssectoren en het non-formeel onderwijs gekoppeld kunnen worden aan CompetentNL. Dit gebeurt mede op basis van feedback van de afnemers.”

Meer informatie

Wilt u meer weten over CompetentNL, de skillsdata of hoe u kunt aansluiten? Bezoek www.competentnl.nl voor achtergrondinformatie, veelgestelde vragen en technische documentatie. 

Lees meer …Nederland krijgt een nationale standaard om vaardigheden te beschrijven

  • Raadplegingen: 38

Prinsjesdag 2025: ondernemen moet lonen, half miljard extra naar innovatie

Het kabinet neemt op Prinsjesdag diverse maatregelen die goed uitpakken voor bedrijven en ondernemers. Denk aan de verlenging van de lagere brandstofaccijns. De concurrentiepositie van de industrie verbetert door een lagere CO2-heffing en een regeling die tot en met 2028 hoge stroomkosten compenseert (€ 150 miljoen). Ook investeren we extra in innovatie en ons verdienvermogen van de toekomst. Met het hoogste budget ooit in de WBSO-regeling (€ 1,8 miljard), € 230 miljoen voor Nederlandse deelname in innovatieve halfgeleiderprojecten en € 200 miljoen financiering zodat veelbelovende start-ups kunnen doorgroeien naar scale-ups.

Dat is hard nodig, want de economische groeicijfers voor Nederland zijn zorgelijk. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de economische groei 1,4% in 2026 is (2025: 1,6%). Dat klinkt misschien positief, maar Nederland heeft een hogere economische groei nodig om alles - van onderwijs tot veiligheid - te kunnen blijven betalen. Bovendien kent Nederland al een langere periode van gematigde groei en het CPB voorspelt dat die groei op de wat langere termijn verder afneemt.

Minister Karremans (Economische Zaken): “Goede zorg en een sociaal vangnet voor wie dat nodig heeft, zijn enorm belangrijk. We zien echter ook dat de stijgende uitgaven hiervan onze economische groei opslokken. Juist om deze voorzieningen ook in de toekomst sterk en betaalbaar te houden, moeten we ruimte houden om te investeren in onze economie. Dat kan alleen als dat geld eerst wordt verdiend. Daarvoor hebben we een krachtig en ondernemend bedrijfsleven nodig."

Minstens zo belangrijk daarbij is dat bedrijven kunnen rekenen op een stabiel overheidsbeleid. Zeker als het gaat om rust rondom fiscale regelingen en niet steeds de rekening bij het bedrijfsleven neerleggen. Ondernemers kunnen daarom gebruik blijven maken van belangrijke regelingen om in Nederland te ondernemen. Zoals de mkb-winstvrijstelling, de renteaftrek binnen de vennootschapsbelasting en de expatregeling.

Het mkb geeft het Nederlandse ondernemersklimaat een krappe voldoende dus we zijn er met alleen stabiliteit nog niet. Daarom gaat het kabinet extra inzetten op het verminderen van regeldruk door regels te schrappen, aan te passen of te verduidelijken. In het kader van deze aanpak heeft het kabinet besloten om de rittenregistratie (rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit) voor het gehele mkb (<250 medewerkers) te schrappen.

Minister Karremans: “Ondernemers hebben te weinig vertrouwen in de politiek. Dat vraagt om actie, zodat we bedrijven niet frustreren maar juist stimuleren. Daarom is deze begroting ‘ondernemersvriendelijk’ en investeren we ermee in ons toekomstig verdienvermogen. Maar het feit blijft dat ons ondernemingsklimaat, met name voor het mkb, significante verbeteringen vergt. Daar gaat het kabinet vol mee door, onder andere door de verstikkende regeldruk in Nederland terug te dringen. In dat kader schrappen we de rittenregistratie voor het gehele mkb, als de eerste van de 500 regels die het kabinet voor de zomer van 2026 wil vereenvoudigen of schrappen. Tegelijk is het nodig om het bedrijfsleven te versterken. Nederland moet immers steeds meer doen met minder mensen. Dat vraagt om slimmer werken en extra investeren in kennis, technologie en innovatie. Daarom zijn de half miljard euro aan investeringen hierin cruciaal.”

Het ministerie van Economische Zaken gaat vanaf 2026 meer dan een half miljard extra bijdragen aan innovatie. Onderstaand zijn de drie belangrijkste nieuwe investeringen.

Bijna kwart miljard euro in toekomst van de halfgeleiderindustrie

De komende jaren komen nieuwe toepassingen van halfgeleiders in de industrie in een stroomversnelling. Deze ontwikkelingen gaan snel en hebben grote invloed op ons verdienvermogen. Nederland heeft dankzij innovatie nu nog een goede internationale uitgangspositie. Het kabinet wil die kennis en concurrentiekracht behouden en daarnaast ongewenste afhankelijkheden op het gebied van technologie en industrie voorkomen.

Daarom stelt het kabinet € 230 miljoen beschikbaar voor deelname van Nederland aan een IPCEI, een Important Project of Common European Interest, op het gebied van Advanced Semiconductor Technologies (AST). ICPEI’s zijn grootschalige Europese samenwerkingen van bedrijven en kennisinstellingen rondom een innovatieve technologie, een productieketen of infrastructuur die wordt gezien als strategisch belangrijk voor de EU. Lidstaten mogen daaraan - meer dan normaal is toegestaan - publieke financiering geven.

200 miljoen euro voor doorgroei van startups

De doorgroei van startups in Europa loopt ver achter in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten mede door gebrek aan beschikbaar (durf)kapitaal. Daarom hebben diverse landen de handen ineengeslagen om financiering hiervoor bij elkaar te brengen.

Voor Nederlandse startups die de potentie hebben om te kunnen doorgroeien naar scale-up is daarom extra budget beschikbaar. Het ministerie van EZ draagt € 200 miljoen bij aan het zogenoemde European Tech Champions Initiative (ETCI). Met deze financiering kunnen ook innovatieve Nederlandse bedrijven stappen zetten. In 2023 investeerde het kabinet ook al 100 miljoen euro hierin.

Budget WBSO-regeling stijgt door

De subsidie voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO-subsidie) is een regeling voor belastingvoordeel voor innovatie. Het budget voor de WBSO stijgt in 2026 naar € 1,8 miljard (was € 1,6 miljard). Zo hoeven bedrijven minder belasting te betalen voor hun onderzoek en ontwikkeling (R&D) en kunnen ze goedkoper innoveren. Dat zorgt voor meer bedrijven die in Nederland aan R&D doen.

Lees meer …Prinsjesdag 2025: ondernemen moet lonen, half miljard extra naar innovatie

  • Raadplegingen: 33

Belastingplan 2026: stappen naar een beter belastingstelsel

Vandaag heeft staatssecretaris Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) het pakket Belastingplan 2026 aangeboden aan de Tweede Kamer. In het belastingplan zitten dit jaar maatregelen die bijdragen aan een beter belastingstelsel. Daarnaast wordt de accijnskorting op brandstof met een jaar verlengd tot 2027. De plannen worden binnenkort besproken in het parlement.

Brandstofaccijns en inkomstenbelasting

Om de prijzen aan de pomp betaalbaar te houden, wordt de accijnskorting op benzine, diesel en LPG met 1 jaar verlengd tot 1 januari 2027. De accijns blijft € 0,79 voor een liter benzine, € 0,52 voor een liter diesel en € 0,19 voor een liter LPG net als in 2025.

Om het terugdraaien van de btw-verhoging op cultuur, media en sport te betalen, worden de schijven van de inkomstenbelasting en heffingskortingen niet volledig aangepast aan de inflatie. Hierdoor vallen mensen iets eerder in een volgende schijf in de inkomstenbelasting. De eerste schijf van de inkomstenbelasting gaat van € 38.441 naar € 38.883 in 2026. De tweede schijf van de inkomstenbelasting gaat van € 76.817 naar € 79.137 in 2026.

De fiscale regeling voor buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland zijn (ETK-regeling) wordt per 2026 versoberd. Op dit moment is er geen sprake van een dergelijk gelijk speelveld tussen werknemers die extra kosten maken en werknemers die deze kosten niet maken, wat wel het doel van de regeling is. De regeling wordt daarom versoberd door twee kostenposten af te schaffen: de extra kosten van levensonderhoud, waaronder kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen, en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.

Vermogen

Het kabinet wil dat vermogen dat door erven wordt doorgegeven, op een eerlijke manier terecht komt bij de volgende generatie. Daarom worden er binnen de erf- en schenkbelasting een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo worden constructies met ongelijke vermogensverdeling tussen partners voor overlijden of een scheiding aangepakt. Hierdoor gaan echtgenoten bij het einde van het huwelijk over de helft van de gemeenschap van goederen schenk-of erfbelasting betalen, ook als het op papier ongelijk is verdeeld. Ook de aangiftetermijn voor de erfbelasting na overlijden wordt verruimd, van 8 naar 20 maanden. Zo hebben nabestaanden meer tijd om aangifte te doen.

Om te zorgen dat het rechtsherstel box 3 betaalbaar blijft komen er een paar aanpassingen in box 3. Het heffingsvrij vermogen gaat omlaag van € 57.684 naar € 51.396. Het fictieve rendement voor overige bezittingen gaat van 5,88% naar 7,78%. Belastingplichtigen kunnen ook in 2026 gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.

Ondernemers en bedrijven

Om ervoor te zorgen dat private equity-managers voldoende belasting betalen, wordt de lucratief belang regeling aangepast. In de huidige situatie betalen zij over het vermogen dat zij opbouwen als onderdeel van hun salaris, minder belasting dan iemand die vermogen heeft in box 3. Dit vindt het kabinet niet wenselijk. Daarom worden er in de zogeheten ‘lucratief belang regeling’ een aantal wijzigingen doorgevoerd waardoor de belastingdruk voor private equity-managers in box 2 gelijk komt te liggen met het belastingtarief in box 3, op 36%.

De Hoge Raad heeft in maart 2025 geoordeeld dat meer verliezen bij het stopzetten van dochterbedrijven mogen worden afgetrokken van de Nederlandse winst. Om deze tegenvaller in de liquidatieverliesregeling op te vangen, wordt de Aof-premie met 0,08% verhoogd. Dit is de verplichte bijdrage die werkgevers betalen om arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, zoals de WIA en WAO, te financieren. Daarnaast is het voornemen om voordelen uit koerswisselingen op deelnemingen aan te passen per 1 januari 2027. 

Klimaat en gezondheid

Via verschillende maatregelen voor mensen en bedrijven worden verdere stappen gezet in de klimaattransitie. Wel wordt er rekening gehouden met de concurrentiepositie van bedrijven. Zo wil het kabinet dat de vergroening van het wagenpark van Nederland doorgaat. Daarom wordt een aantal maatregelen genomen om het gebruik van emissievrije auto’s te stimuleren. Werkgevers betalen vanaf 2027 extra als zij hun werknemer een niet-elektrische auto aanbieden. De korting op de motorrijtuigenbelasting wordt verhoogd, van 25% naar 30%. Daarnaast gaat het verlaagde bpm-tarief voor emissievrije auto’s ook gelden voor emissievrije bijzondere personenauto’s en motoren. Tegelijkertijd worden de bpm-tarieven aangepast, zodat er voldoende prikkel blijft bestaan om brandstofauto’s nog zuiniger te maken.

De vliegbelasting krijgt verschillende tarieven voor korte, middellange en lange vluchten. Voor kortere vluchten betaal je straks minder belasting dan voor lange vluchten. Voor een korte vlucht betaal je vanaf 2027 €29,40 per vlucht, dit zijn bijvoorbeeld vluchten naar Portugal en Denemarken. Voor een middellange vlucht, naar bijvoorbeeld Egypte en Turkije, betaal je € 47,24 per vlucht. Voor lange vluchten, zoals naar Mexico en Zuid-Afrika, betaal je € 70,86. De langere vluchten naar het Caribisch deel van het Koninkrijk vallen wel onder het laagste tarief.

Bedrijven gaan vanaf 2026 over een groter deel van het drinkwater dat zij gebruiken belasting betalen. Het heffingsplafond gaat van 300 kubieke meter naar 50.000 kubieke meter. In 2027 komt het heffingsplafond helemaal te vervallen, waardoor bedrijven vanaf dan over al het drinkwater dat zij gebruiken belasting betalen. Daarnaast gaat per 2030 de afvalstoffenbelasting voor afvalverwerkers omhoog en gaan afvalverbrandingsinstallaties meer CO2-heffing betalen. Het kabinet staat open voor alternatieve heffingen. Voor alle andere bedrijven binnen de CO2-heffing wordt het tarief verlaagd.

Bij de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt de constructie aangepakt waarmee fabrikanten een vleugje zuivel toevoegen om belasting te ontwijken. Dit wordt gedaan door de uitzondering voor zuivel- en sojadranken aan te passen. Na de aanpassing blijven water, melk en karnemelk en daarmee vergelijkbare sojadranken van de belasting vrijgesteld.

Vervolg

Het Belastingplan wordt na het verkiezingsreces behandeld in de Tweede Kamer. In december volgt de behandeling in de Eerste Kamer. Pas na akkoord van beide Kamers zijn de plannen definitief.

Lees meer …Belastingplan 2026: stappen naar een beter belastingstelsel

  • Raadplegingen: 18

Evaluatie: subsidie zorgt direct voor grote vermindering CO₂-uitstoot industrie

De subsidie Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie (VEKI) heeft grote impact. Zonder deze subsidie zou de jaarlijkse CO₂-uitstoot in de industrie vanaf 2027 minstens 500 kiloton hoger liggen. Daarmee is de subsidie effectief voor bedrijven én het klimaat. Dit blijkt uit de beleidsevaluatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) over de subsidie in de periode 2019-2023.

Snel en laagdrempelig verduurzamen

Met de subsidie VEKI kunnen bedrijven in de industrie op een laagdrempelige manier verduurzamen. Denk bijvoorbeeld aan investeringen waardoor een bedrijf minder CO₂ uitstoot of minder energie gebruikt.

Maarten de Wit, coördinator VEKI bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO): “Een CO₂-besparing van 500 kiloton op zo'n korte termijn is een indrukwekkend resultaat. We kunnen aantonen dat bedrijven via de VEKI hun verduurzamingsinvesteringen sneller kunnen terugverdienen. Wie wil dat niet? Investeren en resultaten in relatief korte tijd.” 

De VEKI draagt daarmee direct bij aan het behalen van de nationale klimaatdoelen. 

Efficiënte uitvoering

Uit de beleidsevaluatie blijkt ook dat RVO de subsidie efficiënt uitvoert en dat de administratieve lasten voor ondernemers laag zijn. Dat ervaart ook Juliëtte Heldens van project Thielco: "We kijken terug op een succesvolle samenwerking met RVO als deskundige en professionele partner."

Nieuwe subsidieronde in september

De behoefte aan deze subsidie is groot onder industriebedrijven. In 2024 vroegen zij meer subsidie aan dan dat er beschikbaar was. Daarom volgt in september 2025 een nieuwe aanvraagronde. Ondernemers kunnen vanaf dinsdag 16 september om 09:00 uur een aanvraag indienen. RVO behandelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst, tot de subsidiepot leeg is. Er is in totaal € 148 miljoen aan subsidie beschikbaar. 

Wilt u ook verduurzamen?

Bent u een ondernemer in de industrie? En wilt u in uw eigen bedrijf investeren in maatregelen die zorgen voor minder CO₂-uitstoot in Nederland? Bekijk of uw project voldoet aan de voorwaarden van de VEKI en vraag subsidie aan vanaf dinsdag 16 september om 09:00 uur. 

Bereid uw aanvraag voor

Over de subsidie VEKI

De subsidie VEKI is bedoeld voor ondernemers in de industrie die investeren in maatregelen die leiden tot minder uitstoot van CO₂ in Nederland. Zij doen deze investering in de eigen bedrijfsvoering. Zonder de subsidie zou de terugverdientijd meer dan 5 jaar zijn. Deze subsidie is één van de regelingen die RVO aanbiedt en bijdraagt aan het behalen van de CO₂-doelstellingen uit het Klimaatakkoord.

Lees meer …Evaluatie: subsidie zorgt direct voor grote vermindering CO₂-uitstoot industrie

  • Raadplegingen: 27