Terug naar hoofdinhoud

Iets minder faillissementen in mei

In mei zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 18 minder bedrijven failliet verklaard dan in april, meldt het CBS. Dat is een daling van 5 procent. De onderliggende trend van het aantal faillissementen is echter ruim 2 jaar stijgend. In de eerste vijf maanden van 2024 zijn er ruim 40 procent meer bedrijven failliet verklaard dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Aantal faillissementen loopt op
Het aantal voor zittingsdagen gecorrigeerde faillissementen fluctueert aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. Het aantal uitgesproken faillissementen piekte met 911 in mei 2013. Daarna nam het aantal faillissementen tot en met augustus 2017 af. Vervolgens bleef de trend tot medio 2020 redelijk vlak. Daarna is het aantal faillissementen verder afgenomen en bereikte in augustus 2021 met 109 een laagterecord. Vanaf mei 2022 lag het aantal faillissementen onafgebroken hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder.

Meeste faillissementen in de handel
Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er in mei 316 bedrijven en instellingen (inclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Van alle bedrijfstakken had de handel het grootste aantal faillissementen, namelijk 63. Dat is 12 procent minder dan in april.

De handel behoort tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien werden er in mei de meeste faillissementen uitgesproken in de sector verhuur en handel van onroerend goed en de sector vervoer en opslag.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Iets minder faillissementen in mei

  • Raadplegingen: 80

Verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen in internetconsultatie

Zelfstandigen krijgen straks recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als ze door langdurige ziekte niet meer het minimumloon kunnen verdienen (WML). Door een nieuwe verplichte verzekering lopen zij minder financiële risico’s door ziekte. Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid brengt deze Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) vandaag 11 juni in internetconsultatie, zodat betrokkenen op het wetsvoorstel kunnen reageren.

Zelfstandigen die ziek worden, lopen grote risico’s op een zware teruggang in inkomen. Zij kunnen zich hier particulier voor verzekeren. Maar in de praktijk doet een grote groep dat niet. Soms omdat de kosten te hoog zijn maar ook omdat zij geen verzekering kunnen afsluiten omdat zij bijvoorbeeld door hun leeftijd, medische aandoening of medische geschiedenis uitgesloten worden. Het kabinet wil daarom dat er voor zelfstandigen, net als voor werknemers, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt die voor iedereen toegankelijk is. Ook zorgt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor een gelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling en tussen werknemers en zelfstandigen. Daarnaast voorkomt het dat risico’s rond arbeidsongeschiktheid worden afgewenteld op de samenleving.

De BAZ komt voort uit een voorstel van de Stichting van de Arbeid. Het is een onderdeel van het arbeidsmarktpakket. Dit pakket moet zorgen voor een beter werkende arbeidsmarkt. Ook is het een afspraak uit het pensioenakkoord. Het kabinet heeft het voorstel verder uitgewerkt met de werkgevers-, werknemers-, zelfstandigenorganisaties en verzekeraars. Tijdens de internetconsultatie toetsen de beoogde uitvoerders ook de uitvoerbaarheid van dit wetsvoorstel.

De BAZ is uitgewerkt aan de hand van drie uitgangspunten: betaalbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar. De wet is als volgt vormgegeven:

  • De nieuwe verzekering wordt verplicht voor alle zelfstandigen die voor de inkomstenbelasting ‘winst uit onderneming’ genieten.
  • Zelfstandigen die een jaar ziek zijn geweest (de zogenaamde wachttijd), kunnen straks in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
  • Zelfstandigen krijgen deze uitkering als zij niet meer in staat zijn om door ziekte het minimumloon te verdienen. Dat is anders dan bij de werknemersverzekering, waarbij er niet alleen wordt gekeken naar wat iemand nog kan maar ook gekeken wordt naar wat iemand eerder verdiende.
  • De uitkering is 70 procent van de winst vóór arbeidsongeschiktheid, tot maximaal het minimumloon. De uitkering loopt tot de AOW-leeftijd.
  • Zelfstandigen gaan ongeveer 6,5 procent van hun winst uit onderneming aan premie betalen, tot maximaal ongeveer € 195 per maand gebaseerd op het minimumloon van 2024. Daarmee is er een duidelijke koppeling tussen de betaalde premie en de hoogte van de uitkering. De premie is fiscaal aftrekbaar.
  • Zelfstandigen die dit vangnet onvoldoende vinden, zich liever privaat verzekeren of al een arbeidsongeschiktheidsverzekering hadden, kunnen zich particulier blijven verzekeren: de zogenaamde opt-out. De private verzekering moet voldoen aan een aantal minimumvoorwaarden. Zo mag de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid niet lager zijn dan die van de publieke verzekering, moet de premie minimaal gelijk zijn aan die van de publieke verzekering en moet de verzekering lopen tot de AOW-leeftijd. Daarnaast komt er overgangsrecht voor bestaande verzekeringen.

Minister Van Gennip: “Iedereen kan arbeidsongeschikt worden, bijvoorbeeld door een nare ziekte of een aanrijding. Dat heb je niet zelf in de hand. En als je ziek bent, is het extra naar als je ook nog in de financiële problemen komt. Met deze verzekering kunnen zelfstandigen uitgaan van een basisvangnet bij arbeidsongeschiktheid. En komen mensen niet zo maar in de bijstand met alle toetsen en het ‘opeten’ van het eigen vermogen als gevolg. Of worden ze afhankelijk van hun partner.’’

Lees meer informatie over deze plannen en over de internetconsultatie.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen in internetconsultatie

  • Raadplegingen: 87

Grote ondernemingen moeten uitgebreider rapporteren over duurzaamheid

Ondernemingen moeten straks uitgebreider rapporteren in het jaarlijkse bestuursverslag over hun inzet om duurzaamheid te bevorderen. Enkel grote ondernemingen zoals beurs- en andere vennootschappen, grote banken en verzekeraars zullen aan de rapportageverplichting moeten voldoen. Accountants zullen de duurzaamheidsrapporteringen beoordelen en moeten daarvoor aan extra eisen voldoen. Dat staat in een algemene maatregel van bestuur van minister Weerwind voor Rechtsbescherming en een wetsvoorstel van minister Van Weyenberg van Financiën waarmee de minsterraad heeft ingestemd. Met de regelgeving wordt een Europese richtlijn uitgevoerd die de bestaande verplichtingen uitbreidt.

De rapportageverplichting wordt stap voor stap ingevoerd. Grote beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars met meer dan 500 medewerkers vallen al vanaf boekjaar 2024 onder de nieuwe rapportageverplichtingen. Andere grote ondernemingen en beursgenoteerde ondernemingen volgen in de jaren daarna. De rapportage gaat over ecologische, sociale en werkgelegenheidszaken, mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping. De rapportage is bedoeld om inzicht te geven in de impact die een onderneming heeft op bijvoorbeeld het klimaat, maar ook op de impact van het klimaat op de onderneming. Accountants zullen eerst een verklaring afgeven met een beperkte mate van zekerheid, en mogelijk over enkele jaren met een redelijke mate van zekerheid. Accountants en accountantsorganisaties moeten aan extra eisen voldoen om die verklaringen te mogen afgeven.

Met de invoering van een duurzaamheidsrapportage wordt een Europese richtlijn geïmplementeerd: de Corporate Sustainability Reporting Directive (de CSRD). De Europese Commissie heeft daarnaast standaarden uitgevaardigd die de rapportageverplichtingen nader invullen.

De wet met regels voor accountants en accountantsorganisaties wordt nu ter advies voorgelegd aan de Raad van State en wordt later in de Tweede en Eerste Kamer behandeld. De algemene maatregel van bestuur met de rapportageverplichting wordt eerst naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd en zal daarna aan de Raad van State worden voorgelegd voor advies.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Grote ondernemingen moeten uitgebreider rapporteren over duurzaamheid

  • Raadplegingen: 118

Subsidie bedrijven voor onderzoek naar circulair plastic

Bedrijven die plastic producten maken, kunnen vanaf 18 juni 2024 subsidie aanvragen om te onderzoeken hoe ze meer circulair plastic kunnen gaan gebruiken. Hier is tot 2030 in totaal € 49 miljoen voor beschikbaar.

Hiermee kunnen plasticverwerkers technische tests uitvoeren om te onderzoeken of ze een deel van het fossiele plastic in hun productieproces kunnen vervangen door gerecycled of biogebaseerd plastic. Gerecycled plastic is plastic uit afval dat na inzameling en bewerking weer kan worden ingezet als plastic grondstof. Biogebaseerd plastic wordt gemaakt van bijvoorbeeld planten(resten) of algen.

Plastic wordt nu nog vooral gemaakt van fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas. Omdat deze grondstoffen eindig zijn en er bij de productie veel CO2 vrij komt, moeten bedrijven die plastic (deel)producten maken, meer gebruik gaan maken van gerecycled en biogebaseerd plastic.

Minder fossiel, meer recyclaat en biogebaseerd plastic
De subsidieregeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om een hoger percentage van gerecycled of biogebaseerd materiaal toe te passen in nieuwe plastics. Denk bijvoorbeeld aan plastic op basis van suikerriet, dat verwerkt wordt in drinkflesjes.

In Nederland wordt momenteel ongeveer 8% van de plastic (deel)producten gemaakt met recyclaat. Biogebaseerd plastic wordt nog maar zeer beperkt toegepast. Dat percentage moet omhoog.

Minister Mark Harbers: “We willen af van het gebruik van fossiele grondstoffen. Niet alleen als energiebron, maar ook als grondstof voor dingen die we maken, zoals plastic. Het doel is om in Nederland in 2050 klimaatneutraal én volledig circulair te zijn. Dat wil zeggen een economie waarin we grondstoffen steeds blijven hergebruiken en er nagenoeg geen afval overblijft. Daar hebben we het bedrijfsleven hard bij nodig en met subsidies als deze helpen we ze om de overstap te maken van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen.”

Nationale circulaire plastic norm
Het kabinet werkt aan de invoering van een nationale circulaire plastic norm (NCPN). Dat houdt in dat in Nederland vanaf 2027 een oplopend percentage gerecycled of biogebaseerd materiaal wordt toegepast in nieuwe plastics. Deze subsidieregeling wordt beschikbaar gesteld in combinatie met de invoering van de NCPN en is onderdeel van een pakket van in totaal € 267 miljoen aan subsidies voor het stimuleren van circulair plastic.

De subsidie is tot stand gekomen in overleg met de sector van plasticverwerkers. De regeling wordt ingesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Bron: rijksoverheid.nl

Lees meer …Subsidie bedrijven voor onderzoek naar circulair plastic

  • Raadplegingen: 111

Doe uw aangifte en opgaaf dividendbelasting voortaan digitaal

Vanaf 1 juli 2024 moet u voor dividenduitkeringen uit 2024 digitaal aangifte en opgaaf dividendbelasting doen. Gebruikt u wel het papieren formulier? Dan neemt de Belastingdienst uw aangifte of opgaaf niet in behandeling. 

U kunt uw aangifte en opgaaf voor dividenduitkeringen uit 2024 op 3 manieren doen:

Dividenduitkeringen tot en met 2023
Gaat het om dividenduitkeringen die u hebt gedaan tot en met 2023? Dan gebruikt u wél een papieren formulier voor uw aangifte of opgaaf.

Bron: belastingdienst.nl

Lees meer …Doe uw aangifte en opgaaf dividendbelasting voortaan digitaal

  • Raadplegingen: 186