Privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, verenigingen, coöperaties en verenigingen van eigenaren, mogen opnieuw geheel digitaal vergaderen. Tijdens de coronapandemie was dit tijdelijk toegestaan. De ministerraad heeft op voorstel van minister Weerwind voor Rechtsbescherming ingestemd met indiening van een wetsvoorstel hierover bij de Tweede Kamer.
Volledig digitaal vergaderen maakt laagdrempelig vergaderen en besluiten nemen mogelijk en vermindert de regeldruk voor het bedrijfsleven. Rechtspersonen besluiten zelf of zij volledig digitaal willen vergaderen.
Veel rechtspersonen zijn verplicht om minimaal 1 keer per jaar met hun leden of aandeelhouders te vergaderen. Tot nu waren deze vergaderingen wettelijk verplicht fysiek of deels fysiek en deels digitaal. Tijdens de coronapandemie werd ook volledig digitaal vergaderen tijdelijk toegestaan. In de praktijk is dit door veel rechtspersonen als succesvol ervaren. Daarom wordt volledig digitaal vergaderen opnieuw en permanent toegestaan.
Voor volledig digitaal vergaderen moet voldoende draagvlak bestaan onder leden of aandeelhouders. Leden en aandeelhouders moeten goed geïnformeerd worden over de toegang tot een digitale vergadering. Ook moet een volledig digitale vergadering plaatsvinden via een middel waarmee deelnemers kunnen worden geïdentificeerd en kunnen stemmen. Hiervoor zijn gebruikelijke videobel-applicaties geschikt. Daarnaast vereenvoudigt het wetsvoorstel een elektronische oproep voor een algemene vergadering, zoals een e-mail.
Het wetsvoorstel wordt op korte termijn ingediend bij het parlement. Het streven is dat de wet per 1 januari 2025 in werking zal treden.
Het kabinet heeft een voorstel gedaan om minder bedrijven te verplichten tot een controle van de jaarverslaggeving door een accountant en tot het opstellen van een bestuursverslag. De lasten voor bedrijven en de druk op de controle-capaciteit van accountants worden hierdoor verlaagd.
Met het voorstel wordt een richtlijn van de Europese Commissie uitgevoerd waarmee de inflatie van de afgelopen 10 jaar verwerkt wordt in de criteria waarmee bedrijven worden ingedeeld. Deze indeling bepaalt welke mate van verantwoording bedrijven moeten afleggen over hun financiën.
Bedrijven worden ingedeeld op basis van hun balanstotaal en netto-omzet. De categorieën bedrijven zijn micro, klein, middelgroot en groot. De grensbedragen van deze indeling worden verhoogd met 25%, waardoor sommige bedrijven in een kleinere categorie zullen vallen. In deze kleinere categorie hoeven ze minder informatie op te nemen in hun jaarverslaggeving en hoeven ze die in sommige gevallen niet meer te laten controleren door een accountant. De geschatte besparing voor het bedrijfsleven van deze verhoging is circa € 45 miljoen. Het voorstel is dat bedrijven de verhoogde grensbedragen ook mogen toepassen over het boekjaar 2023. Dit was een nadrukkelijke wens van het bedrijfsleven en accountantsorganisaties.
Europese Richtlijn Het voorstel voert de richtlijn uit die de Europese Commissie op 19 oktober 2023 heeft gepubliceerd om de grensbedragen voor micro- kleine, middelgrote en grote rechtspersonen te verhogen. Minister Weerwind voor Rechtsbescherming implementeert de verhoging met een algemene maatregel van bestuur. De ministerraad heeft ermee ingestemd dit ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State voor te leggen. Naar verwachting zal het definitieve besluit in het 1e kwartaal van 2024 worden gepubliceerd.
Op 19 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met het pakket Belastingplan 2024. Het pakket bevat maatregelen voor de samenleving en het belastingstelsel, die de koopkracht ondersteunen en het belastingstelsel eenvoudiger maken. Het overzicht van de belangrijkste wijzigingen vindt u hier. Precies weten wat er voor uw persoonlijke situatie wijzigt per 2024? Ga dan naar de ‘wat betekent dit voor mij’ tool van Wijzer in Geldzaken.
Inkomen Het kabinet heeft in het pakket Belastingplan 2024 een serie maatregelen opgenomen waardoor werkenden, gepensioneerden en de meeste zzp’ers en ondernemers netto meer overhouden. De eerste belastingschijf van de inkomstenbelasting gaat weliswaar met 0,03% omhoog, maar de arbeidskorting wordt met € 115 verhoogd en de algemene heffingskorting wordt geïndexeerd. Ondernemers met een hoger inkomen gaan wel meer belasting betalen. Deze ib-ondernemers hebben te maken met de verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek uit het vorige Belastingplan van € 5030 naar € 3750 en de verlaging van de mkb-winstvrijstelling van 14% naar 13,31%. Zij betalen hierdoor over een groter deel van hun winst of inkomen belasting. Met het verlagen van de mkb-winstvrijstelling verkleinen we het verschil in fiscale behandeling van werknemers en ondernemers in de inkomstenbelasting.
Ook worden de onbelaste reiskostenvergoeding en de onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd. De onbelaste reiskostenvergoeding gaat van 21 naar 23 cent per kilometer. De maximale onbelaste uurvergoeding voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder wordt per 1 januari verhoogd naar € 5,50 per uur. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar wordt het bedrag verhoogd naar € 3,25 per uur. De totale maximale vrijwilligersvergoeding in 2024 is € 2100 per jaar en € 210 euro per maand.
Ondernemen Per 1 januari treedt de tweede schijf in box 2 in werking. Deze maatregel is in het Belastingplan 2023 aangekondigd. Hierdoor wordt vanaf 2024 24,5% belasting betaald over de eerste € 67.000 aan inkomsten per persoon in box 2. Over al het inkomen boven € 67.000 betalen mensen 33% belasting.
Daarnaast zijn er bij de behandeling van het Belastingplan in de Tweede Kamer nog twee aanvullende maatregelen genomen. Zo wordt per 2024 de 30%-regeling beperkt tot de Balkenende-norm (€ 233.000 in 2024) en daarnaast wordt de hoogte van vrijstelling stapsgewijs afgebouwd. De eerste twintig maanden geldt een vrijstelling van 30% van het loon, voor de daarop volgende twintig maanden geldt een vrijstelling van 20% en de daaropvolgende twintig maanden geldt een vrijstelling van 10%. Daarnaast wordt het lenen bij eigen bv verder gemaximeerd door het bedrag te verlagen van € 700.000 naar € 500.000.
Vermogen en wonen Het kabinet heeft besloten om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 twee verfijningen door te voeren in de overbruggingswet box 3. Deze maatregelen zijn daarmee al van toepassing op uw aangifte Inkomstenbelasting 2023. Zo valt het vermogen van een reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (vve) en het geld op een derdenrekening van een notaris vanaf dat moment in de categorie banktegoeden. Daarnaast worden onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet meer belast in box 3. Deze schulden hoeven mensen niet meer op te geven aan de belasting. Zo wordt de belasting op vermogen beter verdeeld. Tijdens de behandeling van het Belastingplan heeft de Tweede Kamer besloten het belastingtarief in box 3 na amendering te verhogen van 32% naar 36% per 1 januari 2024. Het heffingvrije vermogen wordt niet aangepast. Dat blijft € 57.000 (€ 114.000 bij fiscaal partnerschap).
De woningwaardegrens voor de startersvrijstelling is voor 2024 verhoogd naar € 510.000 (€ 440.000 in 2023). Verder is het vanaf 1 januari niet meer mogelijk om een belastingvrije schenking te doen voor de aankoop van een woning.
Om de druk op de fiscale wetgeving en de rechtspraak in te perken en te voorkomen dat rechtsbescherming misbruikt wordt voor een verdienmodel, wordt vanaf 2024 de proceskostenvergoeding direct overgemaakt aan de burger of het bedrijf namens wie bezwaar is gemaakt. Deze vergoeding wordt ook verlaagd tot 25% van de huidige vergoeding als de burger of het bedrijf inhoudelijk gelijk krijgt bij een bezwaar of beroep over de WOZ of bpm.
Klimaat De vermindering energiebelasting, het vaste bedrag dat per aansluiting van de energierekening afgaat, wordt per 1 januari verhoogd naar € 631,39 inclusief btw per jaar. De korting geldt onder andere voor woningen en kantoorgebouwen. Daarnaast gaan per 1 juli passagiers van de meeste privévliegtuigen vliegbelasting betalen, door een aanpassing van de gewichtsgrens van vliegtuigen. Deze wordt verlaagd van 8.616 kilogram naar 4.000 kilogram.
Brandstofaccijns Om de koopkracht verder te ondersteunen heeft de Tweede Kamer daarnaast besloten om de tarieven van de brandstofaccijns in 2024 gelijk te houden aan de tarieven die gelden per 1 juli 2023. De accijns voor een liter benzine blijft daardoor 79 cent, een liter diesel 52 cent en een liter LPG 19 cent.
Gezondheid Per 2024 wordt de verbruiksbelasting op suikerhoudende dranken verhoogd van € 8,83 naar € 26,13 per 1000 liter. Mineraalwater wordt vanaf datzelfde moment uitgezonderd van de verbruiksbelasting.
Om een gezonde levensstijl te stimuleren en ongezonde keuzes te ontmoedigen verhoogt het kabinet daarnaast de accijns op alcohol en tabak. Het accijnstarief voor alcohol wordt per 2024 verhoogd met 8,4%. Vanaf 1 april bedraagt de accijns op sigaretten € 7,81 per pakje van 20 sigaretten en de accijns op shag € 17,35 per pakje van 50 gram. Een pakje sigaretten (20 stuks) kost dan vanaf 1 april 2024 gemiddeld € 11,10 en een pakje shag (50 gram) € 24,62 incl. btw.
Als u in 2023 heeft geïnvesteerd in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, biedt de VAMIL-regeling de mogelijkheid om tot 75% van de investering willekeurig af te schrijven. Deze versnelde afschrijving vermindert de fiscale winst, wat resulteert in lagere belastingbetalingen.
Daarnaast is er in 2023 een eenmalige regeling voor willekeurige afschrijvingen voor bepaalde nieuwe bedrijfsmiddelen. Deze regeling is uitsluitend van toepassing op investeringen die in dat jaar zijn gedaan, en op deze bedrijfsmiddelen kunt u maximaal 50% willekeurig (extra) afschrijven.
Het CBS heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opnieuw onderzoek gedaan naar de loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Uit de nieuwe ‘Monitor Loonverschillen’ over 2022 blijkt dat de loonverschillen tussen vrouwen en mannen nog steeds aanzienlijk zijn. Met name in het bedrijfsleven verdienen vrouwen voor vergelijkbaar werk gemiddeld bijna 7% minder dan mannen. Ook bij de overheid verdienen vrouwen gemiddeld bijna 2% minder. Onacceptabel, vindt minister Van Gennip (SZW). De loonkloof moet sneller gedicht worden. Daarom werkt de minister aan invoering van de Europese richtlijn loontransparantie en zet zij zich in om de bewustwording ten aanzien van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten en om gelijkwaardige kansen te bevorderen.
Uit de Monitor Loonverschillen 2022 blijkt dat het ongecorrigeerde uurloon van vrouwen in het bedrijfsleven gemiddeld 16,4% lager ligt dan dat van mannen. In 2014 bedroeg dit verschil 19,2%. Bij de overheid zijn de verschillen kleiner, maar alsnog in het nadeel van vrouwen. In 2022 verdienden vrouwen gemiddeld 5,1% minder dan mannen. Een halvering van het verschil in uurloon ten opzichte van 2014. De gecorrigeerde loonverschillen (gecorrigeerd op basis van vergelijkbare banen en vergelijkbare kenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau) pakken lager uit. Toch verdienen vrouwen in het bedrijfsleven alsnog gemiddeld 6,9% minder en bij de overheid 1,8% dan mannen met vergelijkbare achtergrondkenmerken en banen.
Minister Van Gennip: “We zien nog steeds dat vrouwen slechter betaald worden dan mannen voor hetzelfde werk. Ook stromen vrouwen minder vaak door naar hogere functies. Deze verschillen kunnen we niet accepteren. Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk. Daarom gaan we door met een stevige aanpak op meerdere fronten, zoals verplichte transparantie over loonverschillen. En ik roep zowel werkgevers als werknemers op: ga hierover het gesprek aan, ook al is dat ongemakkelijk. Hoe eerlijk is het bij jou op de werkvloer?”
Gelijke beloning voor vrouwen en mannen zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Helaas blijkt uit de cijfers dat dit niet de realiteit is en dat vrouwen nog altijd geen gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt hebben ten opzichte van mannen. Dat moet anders. Daarom heeft het kabinet verschillende maatregelen genomen om de loonkloof te dichten. Waaronder de verhoging van het uitkeringspercentage van ouderschapsverlof van 50% naar 70% en de dialoog ‘Samenspraak’. De dialoog is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen rondom gendergelijkheid op de arbeidsmarkt en om de samenleving te stimuleren het gesprek te aan te gaan over ingesleten rolpatronen. Daarnaast wil het kabinet zwangerschapsdiscriminatie aanpakken door in te zetten op bewustwording via betere informatievoorziening, zowel richting (zwangere) werknemers als werkgevers.
Ook de aangenomen Europese richtlijn loontransparantie moet bijdragen aan de aanpak van loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Met de nieuwe wetgeving moeten werkgevers transparanter worden over de beloning en loonverschillen binnen hun organisatie. Ook komt er een verbod op het vragen naar het laatst verdiende salaris in arbeidsvoorwaardengesprekken. Dit moet bijdragen aan een betere positie van werknemers doordat zij meer inzicht krijgen in (mogelijke) loonverschillen. Minister Van Gennip werkt aan een spoedige implementatie van deze richtlijn in Nederlandse wetgeving.